Nu Els, laatje weer eens wat horen? Dan stop ik! Doe vooral de groeten aan Ro.
Hart. Groeten en poot van Hetty *13
Brief van Agaath aan mij:Amstelveen, 19 februari 1944, Zaterdagvond half twaalf Lieve sterke dappere schat,
Het is al laat, ik heb net de aard. en groenten voor de Zondag klaar (o degelijke huisvrouw), je brief nog eens rustig doorgelezen en moet nu antwoorden. De eerste keer vlieg ik altijd door je brieven heen, kan ik bijna niet wachten zo verlang ik naar ieder woord watje me te zeggen hebt. Dan bij het herlezen dringt goed en diep de betekenis van je schrijverij tot me door. Lieveling, hoe goed doet het me datje zo gelukkig bent nu. Ik heb eens voor je gebeden dat je toch eindelijk eens rust zou mogen vinden. Heeft het dan toch geholpen. Toch al dat heen en weer getrek heeft je geleerd en groot en sterk gemaakt en je oordeel mild. Schatteke dat dit nu voor lange, maar toch ook voor korte tijd is, je begrijpt waarom, is m’n liefste wens. Dat je zoveel van ons kan houden geeft me een warm gevoel. Ik ben zo sterk met je verbonden als ik nooit tevoren met een andere vrouw was. Dat van Marijke dat was iets anders. Dat was een koesterende tedere aanhankelijkheid. Dat van jou is een sterke geestelijke verbondenheid die me zeer dierbaar is. Bijna zo dierbaar als die met m’n liefste schat daar in z ’n cel, eenzaam en toch weer niet. Dat ik niet altijd direct je brieven beantwoord komt misschien ook wel door Geerts aanwezigheid, die zonder dat hij het zelf merkt mij m’n eenzaamste ogenblikken doorsleurt door z’n aangename manier van converseren. Niet jaloers worden. Dat van jou is anders dan dat van hem en beiden weer heel anders dan dat van Jo, klein vrouwtje. Verwacht je antwoord op je brieven. Moet ik ze naast me nemen en lezen en alles beantwoorden. Dat bedoel je toch niet, hè. Je wilt enkel wat van mij en wat dat is doet er niet toe. Eén antwoord moet ik je geven en dat is dit. Vrees niet