tegenover ons Geesje, innig omstrengeld door een mij al even onbekende geüniformeerde jongeling en dat ik tot mijn verbijstering Janti met haar vrijer op de grond hoorde rollebollen.
Mijn ‘partner’ hield zich onledig met mij al aanhalende te ontdooien, wat maar niet wilde lukken; letterlijk voelde ik er niets bij, figuurlijk - voor zover nog helder - niets voor. Het was best een aardige, toonbare jongeman wiens hart ik wel voor een paar uur had willen verwarmen, maar ook niet meer.
Lichtelijk gefrustreerd, nog steeds op en top gentleman, fluisterde hij mij tenslotte in het oor: “Are you afraid for to do a little baby?” (dat althans waren de woorden die ik toen meende op te vangen en die zo voor mij jarenlang spreekwoordelijk zijn geworden). Deze mij totaal verrassende vraag werkte dermate op mijn lachspieren dat ik mij alleen nog sprakeloos, behoedzaam van hem kon losmaken en opstaan. Met uiterste wilsinspanning speelde ik het nog klaar om Geesje er vastberaden op te wijzen dat het uur was gekomen om onze gasten uitgeleide te doen.