je ineens aankwam. Een zesde zintuig? Ik weet niet. Je brief maakte me blij en treurig. Maar daar moeten we over praten, niet schrijven. (...) Als je zou komen, o, zus, doe het. Ik weet niet of het verstandig is. Dat kan ik niet beoordelen. Ik weet immers niet hoe je ervoor staat. Ik weet alleen dat ik het heerlijk zou vinden en dat het me dan weinig meer kan schelen wat er gebeurt. Het huisje, waar ik over schreef, is verhuurd. Maar ik slaap alleen in een tweepersoonsbed, wat natuurlijk betekent dat we bij de Ruro moeten blijven. Maar zus, wat hindert dat. We hebben de nachten samen, we gaan toch al vroeg naar bed, we hebben elke hele zondag. Als ik wist wanneer je zou komen, zou ik je op de tandem willen komen halen. Breng dan in elk geval een deken mee, die hebben we niet zoveel. Je moet met de Lemmer (boot) maar ik denk niet datje er in A’dam op kunt komen vanwege de drukte daar. Zus, Didi had toch mijn fiets. Probeer met een fiets van hen hier te komen. Roos ’ moeder is met haar 56 jaar van Apeldoorn naar Den Haag in 2 of 3 dagen gelópen. Maar wees alsjeblieft voorzichtig. Ik vraag aan hen niet wat zij ervan denken. Het interesseert me niet. Als jij het met Moeke overlegt, dan komt het wel goed. Kan Geertje niet brengen? (Geert was bij de politie in Amstelveen). Je kunt het makkelijk in twee dagen doen. O, zusje, had maar nooit het idee geopperd. Het is te mooi om waar te worden. We hebben vanavond stiekem pudding gemaakt, Jan en ik. Jan blijft slapen bij Ru, want Roos is naar D.H. kleren halen. Had ik het geweten dan hadden jullie samen terug kunnen komen. Als je het doet, dan gauw, anders kan het niet meer. Ik kan aan niets anders meer denken. Het is mijn liefste wens geworden en wat mij betreft heb ik er alles voor over. Of je hier met het oog op verkoudheid uit de wind zit, dat mag ik je niet beloven. (Ik zinspeelde op minder gevaar van tegen de lamp te lopen, i.e. opgepakt te worden). De dokter heeft mijn aanleg ervoor al ontdekt en Roos ervoor gewaarschuwd, dat ik maar zo min mogelijk in het dorp moest komen omdat daar de meeste wind waait. (...)