En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



zijn consult zonder enige overgang voortzette. Maar tegen het einde van mijn bezoek gooide hij, gepaard met zijn meest charmante glimlach, nog eens een balletje op met “en toch ben je een Jood.” Ik dacht: als je nu je bek houdt, vat hij dat op als toegeving. Dus pareerde ik, nog resoluter, met “dat ben ik niet.” Na nog enkele raadgevingen en het schrijven van een recept van zijn kant, een beleefd bedankje van de mijne, liep ik, innerlijk opgelucht, naar de deur. Gedreven door een impuls, draaide ik me daar nog een keer om en daar stond hij grijnzend achter zijn bureau, in zijn opgeheven handen een kleine lei waarop met grote witte letters: J o o d.

Roos, die met Erik na mij naar binnen ging, drukte hij nog op het hart om mij ‘in het bos’ te houden en vooral niet meer naar het dorp te laten gaan, omdat er geruchten de ronde deden dat ik Joods was. Natuurlijk namen wij zijn goedbedoelde waarschuwing zeer serieus.

Of Roos in zijn spreekkamer door de knieën ging en op zijn aandringen kleur bekende, heeft ze, althans tegenover mij, in het midden gelaten. Ik dacht toen van wel en dat denk ik nog.

Roos vertrok dus op de fiets naar Den Haag (een andere mogelijkheid was er niet vanwege de spoorwegstaking) om hun uitgebreide familie van wat extra voedsel te voorzien en om wat meer te weten te komen over de leef- en voedselsituatie in het westen in het algemeen en in Den Haag in het bijzonder.

Ik bleef achter met vier kinderen onder mijn hoede. Kleine Jan, die bijna elke dag vanuit zijn rolstoel het reilen en zeilen rond de Wigwam in het oog hield, werd met zijn praktische aanwijzingen (bv. voor het in blokken hakken van boomstronken voor onze kachel) een onmisbare steun in de rug. Grote Rudolf gedroeg zich af en toe onmogelijk, vooral aan tafel. Ik herinner mij nog goed dat ik een keer onder het eten woedend opsprong en schreeuwde: “Nou, dan zoeken jullie het verder maar alleen uit,” waarop zelfs Folkert krijsend smeekte: “Ga niet weg, Els, ga niet weg, laat ons niet alleen.”

Res, de hond - we tolereerden elkaar, omdat we geen keuze hadden; ik was allergisch voor honden (sinds ik op vierjarige leeftijd had moeten vluchten voor de hondsdol geworden waakhond van mijn grootouders, tot dan mijn favoriete speelkameraad (zie mijn ‘Tagebuch’ p. 90), Res onderging mijn onverschillig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.