met één been de houten plank, die met wiel en dynamo was verbonden, op en neer, trok met één hand aan het touwtje naar de lamp en ziedaar onder luid kabaal stroomde er licht boven de tafel.
Als bij afspraak klaterde onze schaterlach gelijktijdig de ruimte in. Verbouwereerd staarde Rudolf ons aan; het volgende ogenblik trok hij in dolle drift de hele lichtfabriek uit elkaar en stormde met de brokstukken naar buiten.
Geschrokken, nog even hikkend van het lachen, vielen Roos en ik stil tot Roos zich vermande en Rudolf achterna rende om ons gelach te vergoelijken.
Dagen later reconstrueerde Rudolf zijn bouwsel sans rancune en trapten we voortaan om beurten licht aan tafel.
*33
Uit een brief aan Ruth: 12 november 1944 Geliefde Schattezus,
Ro wil Dinsdag naar Den Haag. Daarom schrijf ik. Dan kan ze die brief meenemen. Misschien krijg je hem dan gauwer. (...) Ik ben vanavond niks in mijn sas, zusje, ik zal er maar geen doekjes om winden, jullie merken het toch. Ik ben al een week lang in een p... humeur, schop herrie met Ro, ben kribbig tegen de kinderen en huil soms een seconde van verlatenheid. Het is goed als Ro Dinsdag vertrekt dan krijg ik het zo ontzettend druk dat er geen tijd meer blijft voor muizenissen. Agaath heeft het in haar brief weer juist gezien. Ik snak naar een klein beetje tederheid en liefde. Het is wel zo, dat als je liefde zoekt je haar zelf moet geven. Dat wil ik ook, maar op het ogenblik gaat het slecht. Ik voel me net een kind, dat stout is geweest. Dat ben ik tenslotte ook, al weet ik precies hoe en waarom. Ze vinden me natuurlijk ondankbaar, hoewel ze me nu, geloof ik, een maagkwaal toedichten en alle chagrijn daaraan toeschrijven en ik morgen van Ro beslist naar een dokter moet. Het is een feit, dat het vooral komt, omdat ik de hele week misselijk was, buikpijn had en aldoor naar de WC moest, maar je weet hoe graag ik naar een dokter ga, en dan voor buikpijn. (...)