Duizend zoenen Je Schnuppi 1 October 1944 Geliefde mijner ziel,
Ze zeggen allemaal ik moet maar proberen je te schrijven.
Graag. Ik heb Sehnsucht naar je, zus. Meer dan ooit. Ik moet van Ru schrijven, dat we een prachtige buitenplaats gehuurd hebben volgens onze stand en dat het, als het niet naar de kachel stinkt, naar kinderplas ruikt. We zitten hier gezellig rond de tafel met zijn drieën, Ro, Ru en ik. Heb je de brief gekregen, waarin ik schreef dat we nu hier in het bos wonen in een zomerhuisje? (...) Vrijdagavond zat ik net in een hoekje met een pyjamajas aan en een blote gat, met mijn benen in een emmer water, toen ik een geluid hoorde, maar niks durfde te zeggen. En ineens hoorde ik Ro zeggen “Een man” en even later “Rudolf.” En toen zag ik een bleek gezicht en Roos om zijn nek vliegen. Ik grinnikte verlegen in mijn b.g. Maar voelde me geweldig blij. Hij zag reuze bleek en ik dacht eerst dat er wat gebeurd was. Maar dat kwam slechts van de vermoeidheid. Hij was ’s morgens om 5 uur weggegaan en kwam om 9 uur ’s avonds aan. Op een fiets met autobanden. Geweldig, hè?Nou we waren alle drie blij.
Het is nu ook veel gezelliger. (...) Ik schiet niks op vanavond, zo kletsen ze. Ru vertelt. Net zegt ie dat ik lekker opschiet met mijn brief. Hij is nu weer veel leuker tegen me.
4 october 1944, 7 uur ’s avonds
Wat was dat fijn vandaag, de hele dag alleen met Erik. Alleen de Ruro tussen de middag thuis. Zusje, vannacht heb ik weer van jou gedroomd en van Jenny. (...) We lachen veel en toch is er ontzettend veel leed. Dichtbij en ver weg. Morgen is Gold een jaar geleden gestorven. Ik kan het me haast niet voorstellen, het lijkt al jaren. Nu ben ik nog wel eens bang, dat jij en ik elkaar niet terug zien. Dat zou ik erg vinden, zus. Ik heb op het ogenblijk met jou de nauwste banden. Alles, wat ik hier beleef, wil ik aan jou vertellen, zusje. Feitelijk is het niets bijzonders, maar het