op ons of wordt er vreselijk gevochten. Dat kan me niets schelen, ik zal wel zien. Maar vreemd, je kan je haast niet voorstellen dat het leven van degenen van wie je houdt en die tenminste in je eigen ogen goed zijn, dat dat in één keer zal ophouden te bestaan. En toch hebben we het zelf beleefd. Al bijna een jaar geleden. Zusje, wat is het toch wel droevig. Stel je voor dat we onze schatten niet terugzien. Waarom juist wij beiden? Maar met al dat gezemel weetje nog niet waar we hier zitten en wat er allemaal is geweest. (...)
Uit een ongedateerde brief aan Ruth:(...) Je vraagt me wat ik van plan ben. Ik kan er niks van zeggen nu. Weet ik hoe alles zal lopen. Ik wil nog graag wat leren en dan liefde, heel veel liefde geven aan kinderen en kleine mensen, die het nodig hebben. In welke vorm dat zal moeten blijken wat het meest gevraagd wordt. Ik wil mijn plaats in de maatschappij zo goed mogelijk vervullen naar mijn beste vermogen en dat ligt niet in mijn handen, dat is nu een keer zo. Waarom dat andere dan niet proberen. Ik kan ook onmogelijk nu straks al wat presteren, gewoon omdat ik nog niets ben. Helemaal niets. Ik merk het zo vaak, zus, dat ik te kort ben opgevoed. Nu proberen ze het allemaal. Er ligt niet meer de beschermende hand van een moeder boven me die alles weghoudt. Ieder doet zijn best en ik accepteer het van allemaal, al doet het vaak pijn. Het resultaat is een mengsel. Ze willen van mij een product van hun ideeën maken, maar dat zal ze niet lukken. Nooit. Daarom was ik zo blij met jouw brief al stond er niks in. Het was net een wonder, want ik wist me geen raad meer. Dat komt ook omdat ik met geen mens behoorlijk kan praten en omdat ik al drie maanden lang niet lees. Tenslotte kan ik daar toch niet buiten. Het hoort nu een keer bij me. Ik heb er behoefte aan, nog meer dan aan eten soms. Ik heb 2 gedichten gemaakt, ééntje op de afgelopen week, een op de preek van de dominee van vanmorgen. Ik weet eigenlijk helemaal niet precies hoe Moeke daar tegenover staat. Weet je, wat die dominee zegt dat is zo waar, dat staat zo geheel in het leven, datje er niet aan kunt ontkomen. Maar volgens hem neemt alles zijn oorsprong in de kerk, in het evangelie van Jezus Christus. En dat zint me niet. Ik wil het menselijke uit de