we konden beter proberen het zelf te verdienen. Ik wou uit werken, zij ’s morgens het gewone werk en ’s middags naaien. Maar dat is mevrouw te onpractisch. Die gaat liever zelfde hele dag op d’r gat zitten naaien en ik de rest. Reuze stom want we verdienen er lang zoveel niet mee. Maar het kan me niet schelen ook, ik zal het beste ervan maken en me dan ook helemaal op de kinderen en de huishouding gooien, een oefening voor later. (...)
Het werd voor mij een ‘dienstje’, vijf dagen in de week, bij een gegoede boer op de brink in Dwingeloo. De scepter zwaaide er zijn moeder, in mijn ogen een oud, vrekkig kreng dat de hele ochtend achter me aan mekkerde met “Els, ben je hiér al geweest, ben je daar al geweest?” (op zijn Drents) en dan wees ze voor mijn armen onbereikbare plekken aan die ik nog van stof moest ontdoen.
In de ruime pronkkamer - gewoond werd er in de regel in de keuken - domineerde de statige schouw met het open haardvuur, getooid met antieke parafernalia van blinkend rood of geel koper die ook de mooie tegelvloer rondom het houtvuur opsmukten. Al dit glimwerk smetteloos én glanzend te houden behoorde tot mijn dagelijkse taak.
En niet te vergeten de koperen melkbussen van de boer. Maar de boer zelf was best wel aardig, dankbaar dat ik dat gepoets van de melkbussen van hem wilde overnemen. Ik nam me heilig voor dat ik later als ik ooit een hulp zou kunnen betalen, het ‘ben je hier al geweest, ben je daar al geweest’ gedachtig zou blijven.
Dat voornemen is tweede natuur geworden, hetgeen, helaas, niet altijd zo efficiënt blijkt te zijn.
Uit een brief aan Ruth van 1 oktober 1944:
Ik ga ’s morgens van 8-12 uur werken en verdien fi,-per ochtend, wat ik met veel moeite bedongen heb. Anders betalen ze hier voor de hele week en dan de hele dag f5,- in de week.
Niet de moeite. Ik zit mijn mens schandalig op de kop (daarvan herinner ik me niets). Want het is een gierig kreng, net een heks. Elke gelegenheid haar te pesten neem ik waar. (Ook dat is uit mijn geheugen gewist. En nu ik het ‘herontdek’, ben ik er bijna trots op dat ik dat tóén durfde). Gemeen eigenlijk want Vrijdag