over niets anders gesproken. Wat was de achtergrond? Wat de eventuele gevolgen? Eén ding stond vast: als de staking doorzette, zou de voedselvoorziening van het westen van het land, vooral in de grote steden, er niet beter op worden. Roos wilde toch al niet terug, mede vanwege de al vóór ons vertrek uit Den Haag heersende voedselschaarste. Ja, als Rudolf zou komen om ons op te halen . . . Maar Rudolf kwam niet. Vandaag of morgen moesten we echter van de koestal af en de koeien er weer op. Het begon ook te koud te worden voor ons, vooral voor de kinderen. Maar waar moesten we heen? Op een van onze verkenningstochten in het dichte bos voorbij de Bosrand hadden we een keer vier houten zomerhuisjes ontdekt aan weerskanten van het fiets-wandelpad. Toen we daar nu poolshoogte gingen nemen, bleek dat het eerste huisje aan de linkerkant van het pad, de Wigwam, al leeg stond voor de winter. Roos, in zulke dingen zeer actief, speurde meteen de eigenaar van de huisjes op en overreedde hem gelijk om de Wigwam ‘voorlopig’ aan ons te verhuren.
Bij binnenkomst in dit nieuwe onderkomen stond je meteen in de kamer, recht tegenover een ouderwetse vierkante ijzeren kookkachel; rechts bij het raam noodde een royale ronde tafel met een stuk of zes stoelen eromheen, een carbidlamp aan het plafond hangend erboven, om te gaan zitten; links onder het raam bevond zich het aanrecht met toebehoren. Aan weerskanten van het fornuis voerde een deur naar een slaaphok met aan elke lengtewand een twijfelaar van hout met een paar planken erboven. Beide slaapruimtes hadden aan de buitenwand een vierkant raam.
Via het zandpad dat van het fiets-wandelpad naar de Wigwam voerde, passeerde je het ‘huusje’ op een nette afstand van de woonruimte, maar bij verkeerde wind - zoals al gauw bleek - ruikbaar.
Een meter of acht vóór het huis stond de pomp, onze enige watervoorziening. Roos en de kinderen waren enthousiast. Maar ‘wie zou dat betalen?’
Uit een ongedateerde brief aan Ruth:
(...) Roos is zo nu en dan gek in de kop. Ze wou eerst geld lenen, maar toen zei ik dat moest ze niet doen, dan raakte ze zo achter,