bij het begin samen op een jas liggen en praten. Het was echt gezellig, maar we hadden niks geen fut weer op te staan. Geesje wilde graag op de uitkijktoren, dus dat gebeurde. Werkelijk, zusje, een prachtig uitzicht. Heel ver, heel klein lagen de dorpjes om het bos heen. Je moet dat in je opzuigen en vasthouden, maar het gleed te veel langs me, want ik was nog in diep gepeins, hoewel zonder verdriet nu. Weeromme naar het café aten we ons avondbrood op, gingen ons wassen op de W.C. en gapten papier, vertrokken giechelend, gillend op de tandem en gingen langs de Smildervaart zo weer op Dieverbrug aan. Er is niks aan, een lange, eindeloos lange weg langs het water. Geesje zong hele lange liederen en ik droomde weer, tekende in mijn gedachten uit, dat ik met Dick op je verjaardag zou komen. Het was heerlijk en ondanks het dwaze, onmogelijke, ofschoon ik juist toen besefte dat het zover nooit zou komen, was ik gelukkig, daar, vóór op mijn fiets, die me wijd, wijd wegbracht, blijde met achter me een échte kameraad...
Zaterdagmiddag 3 uur
Wat is het nu een tijd geleden, wat ben ik achtergeraakt, zodat ik het haast niet eens meer allemaal weet.
... Nou, we kwamen op Dieverbrug waar een heleboel volk was, zittend op het gras, staande om de attracties heen. Er was zo een carrousel met auto’s achter elkaar maar samen aan elkaar vastzittend en draaiend om het middelpunt. En één carrousel met paardjes en olifanten en paddestoelen, waar je op moet zitten. Het geheel draait om een midden en de gein is dat het golvend gaat zodat je mee moet huppen wil je er niet afduvelen. Ik had geen zin erop te gaan. Het kost ook zoveel. Gees wel en haar nicht ‘grote Gees’ ook. Ik keek liever naar 2 getrouwde politieagenten en de arbeidsdienst die met zijn 6 of 8 aldoor maar draaiden en gekheid maakten. Verder had ik er niks geen aardigheid aan, wilde gauw naar huis, want er kwam weer iets van dat verdriet boven en ik wou daar niet zijn tussen al die vrolijke mensen. We moesten op Gees’ verkering Gerard wachten en die tracteerde ons op een paar rondjes met zijn allen en daarna in het café een borreltje drinken. Binnen was zowat geen mens, geen fluit aan. Toen naar huis. Onderweg nog haast in de auto van de dokter