(...) Zaterdag wou ik zo graag met Dick mee, maar toen wij zaten te eten kwam net een briefen moest ik ’s middags de spullen halen voor Muttispakje, wat ik evengoed heerlijk vond. Hij hielp mij nog met het bonnenlijstje en ik vertrok. Op de terugweg kwam ik Ruro met de kinders tegen. Het was al 4 uur en ze gingen nog zwemmen. Maar ik wilde eerst mijn pakje maken, fietste langs Geesjes betrekking en zo op huis aan en begon vol innige blijdschap aan mijn pak, denkend aan zovele die wij met zijn drieën hadden gepakt (voor we gingen onderduiken).
’s Avonds was Roos nog lang bezig. Ru vroeg of ik met hen mee terug wilde, maar ik wou Roos niet alleen laten met het kroost, merkte dat ze het akelig vond, hoewel mij de reis met hén geweldig trok en ik in het verblijf hier met Ro nog langer niks geen aardigheid had. (...)
Toen de mannen weg waren maakte ik me klaar om met Geesje een dagje uit te gaan. Ik had een jurk van haar aan die me werkelijk goed stond en ik had ook wel zin. We reden een mooie weg langs heel smalle paadjes, volbegroeid met bomen. Geesje had het vreselijk in de ‘kuzen’ (kiezen) zodat we de helft van de tijd aan de weg lagen, zij met het hoofd voorover, haast huilend van de pijn, ik met het hoofd achterover, dromend in verdriet en verlangen. We moesten minstens anderhalf uur fietsen, stapten ook nog ergens af en dronken een glas limonade. In Appelscha zelf zijn z.g. duinen. Maar dat is een groot boscomplex. Werkelijk geweldig mooi. Heel hoge bomen, alles donker, veel paadjes, waar je schitterend kon verdwalen. Wij waren te moe om te wandelen. Gingen maar in een speeltuin ons brood eten, wat drinken en even schommelen. Maar ik...
De groeten aan Ro van Folkert
Maandagmorgen half één
O, wat heb ik vannacht akelig gedroomd. Dat Oma en Mutti gestorven waren. Marijke wilde naast Mutti slapen om bij het lijk te waken. Het zag er niets griezelig uit. Heel natuurlijk. (...) . . . was direct misselijk, dus gingen we de z.g. duinen in. Heel