B geslaagd. Omdat de opleiding voor rabbijn toen de enige mogelijkheid bleek om verder te studeren en ze hem de kans bood zijn geestelijke horizon te verbreden, had hij zich op het Joodse Seminarie in de Rapenburgerstraat laten inschrijven. Nooit was het echter zijn bedoeling geweest om er in ‘vredestijd’ zijn beroep van te maken. Op zijn weg van dit seminarie naar huis kwam ik hem tegen). Wij hebben nu afgesproken dat wij drie keer in de week samen naar huis lopen. (Wij ontmoetten elkaar bij een brug over de Amstel, van de Kerkstraat). De familie kletst natuurlijk weer over schoonzoon enz.
Lotte Badmann, een bijzonder lieve en knappe vrouw, en mijn moeder hadden volgens mij stilzwijgend (nu denk ik ineens: was het wel stilzwijgend?) een pact gesloten aangaande de toekomstige verbintenis tussen hun oudste zoon en jongste dochter. Zelfs mijn vader, met die twinkeling in zijn ogen en dat onweerstaanbare fijne lachje om de mondhoeken, kondigde mij menigmaal aan: “Je bruidegom komt vandaag met mij schaken.”
(...) In elk geval hoef ik niet alleen naar huis te lopen. (Met goed doorstappen toch zeker een veertig minuten). Eens kijken hoe het zich verder ontwikkelt. (...)
Nadat mijn ouders naar Vught en mijn grootmoeders naar Westerbork waren doorgestuurd en mijn oudste zuster zich bij haar man had gevoegd, trachtten Ruth en ik alleen en onbeschermd in onze woning met de door de Duitsers verzegelde suite beneden dóór te leven. Hans kwam bijna elke dag bij ons langs voor hij naar huis ging. Ofschoon maar een halfjaar ouder dan Ruth stond hij ons met raad en daad terzijde. De dag voor we gingen onderduiken, kwam hij afscheid van ons nemen. ‘Bij onze lange laatste (en eerste) omhelzing fluisterde hij in mijn oor: “Elly, denk aan mij. Ik wil ook onderduiken.” (‘Tagebuch’ p. 85) Ik heb mijzelf nooit vergeven dat ik de moed miste - toen het nog kon - bij Jo Vis voor hem te pleiten, ook al was ik zelf al na vijf dagen een probleem geworden.
Hans is ondergedoken - hoe, waar en wanneer heb ik nooit kunnen achterhalen -, verraden, naar Auschwitz gedeporteerd en op 6 september 1944, 21 en een halfjaar jong, omgekomen.