En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



wonen in de stilte van de bossen en de heide. Vannacht werd ik wakker en schrok me een ongeluk. Ik dacht dat Res (de hond) tussen mijn benen lag. Roos deed het licht aan en toen bleken het Marijkes benen te zijn. Wat was dat eng. Gisteravond en vannacht ontzettend geonweerd. Griet stond op, dat doen ze hier altijd als het onweert. Roos schrijft net aan alle mogelijke kennissen en aan Rudolf. Misschien is ze wel slecht gehumeurd omdat hij nog niet heeft geschreven. Net staan er twee vreemde meisjes bij Erik. Hij begint vreselijk te brullen en als ik eraan kom strekt hij zijn armpjes naar me uit en houdt op. En als ik wegga blèrt ie weer. Hij kent me zo goed, die schat. Ik ben misselijk van het eten en heb koorts van mijn muggebulten-blazen. Verder alles goed. (...)

Van jongs af leed ik erg onder mijn aantrekkingskracht voor muggen. Thuis, op straat, met vakantie, overal pikten ze mij eruit als steekobject. Mijn armen en benen zaten dan in een mum van tijd onder de bulten ondanks alle gerichte voorzorgsmaatregelen zoals watjes gedrenkt in citronellaolie op mijn hoofdkussen. Mijn zussen bleven gevrijwaard, ik kon er niet van slapen. Vaag herinner ik mij uren in de huiskamer midden in de nacht, in de illusie daar tenminste niet achtervolgd te worden. Vergeefs probeerde ik niet te krabben. Na korte tijd zat ik dan onder de blaasjes en kreeg koorts. Vooral mijn vader leed met mij mee en probeerde mij met rede over te halen de gezwollen plekken niet open te krabben, wat bijna ondoenlijk was.

Donderdagavond 9 uur

(...) Hé, zus, ik wou dat Roos niet bestond of een ander was. Ze bederft mijn hele plezier door d’r chagrijn. Feitelijk is ze zo zonder Ru een oude bonenstaak, die zich verbeeldt reuze sex appeal te hebben. Zonder Ru is ze gewoon niks. Al haar slechte eigenschappen krijgen de bovenhand. Daar zie je alweer watje voor een man allemaal over hebt. Daarom hoop ik ook maar dat ie gauw weer komt, hoewel ik hem kan missen als kiespijn. (...) En als ik nu maar ergens alléén kon slapen, maar dag en nacht is die sliert om me heen. Vanmorgen stond ik netjes het eerste op en kleedde me aan en later kwamen ze hier in het pothok en toen zei Marijke: “Els waar wasje toch, ik dacht datje weggelopen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.