werk geschapen, dat waard is gelezen en herlezen te worden. Geen simpel liefdesromannetje, doch een machtige, aanklagende roman van dezen tijd, die boeit van het begin tot het einde en .waarbij men geen rust vindt, voordat men het geheele boek heeft door; gelezen.
„Ons Blad" (Vrijzinnig Luthersch). Een belangrijk werk, waarom ik onzen lezers een bespreking niet onthoud. Bovendien geeft de schrijver blijk, een groot talent te bezitten. Ontroerend is Frits
Hellinga, als hij hoort van de ontrouw van zijn meisje---- En
heel zuivercgevoeld is het moment gegeven, waarop Max Branders het telegram ontvangt van zijne vrouw: „Ich komme nie wieder, Gertrud”. En prachtig is het slot, als Max Branders, blind gewors den, doordat zijn vrouw hem besmet had, haar zoekt.
„Haagsche Courant”. Tenslotte zijn de karakters van Max Branders, Bouwer en Gertrud wel goed weergegeven en stijgt het zoeken van den blind geworden Branders naar zijn door andere leaders afgetroggelde vrouw tot een climax.
Weekblad „Vrij Nederland”. Ongetwijfeld bezit Ralph Springer uitste* kende kwaliteiten als auteur.
,Jk zal Handhaven”. We staan hier tegenover een werk, dat in romans vorm en in den stijl, die Springer eigen is, een aan de revolutie nauw grenzend probleem behandelt.
„De Gids". Een imposant werk.
„De JavasBode”. Er blijkt uit, dat Springer een goed waarnemer is.
Tijdschrift „Nederlandschslndië. Een boek dat niet genoeg gelezen kan worden, dat gratis behoorde te worden verspreid, onder het geheele
volk van Nederland____ Wij zullen het hierbij laten en hopen
hiermede voldoende te hebben aangetoond, dat dit boek gelezen moet wordenl Het Volk van Nederland mag Springer dankbaar zijn voor zijn moedige onthullingen.
„Critisch Bulletin”. (G. Kettmann). Het bewijs van Springer”s grootte ligt niet zoozeer in zijn moed en volharding, om met dit boekdeel van meer dan vierhonderd royale tijdschrifbpagina’s de breede
uitwerking van een breed gegeven te hebben ondernomen;____ Dit
boek is tot stand gekomen uit de kracht van echte, edele beziet
ling;---- Om de plastiek bekommert Springer zich zelden; hij wint
er vaart mee. Heel zijn kracht concentreert zich op de meesterlijke dialogen, zoodat het is, alsof al deze menschen, juist als in het
344