stak hij den heer Lobbes de hand toe, welke deze vriendelijk drukte.
— Ik hoop, dat hetU nu goed gaat, mijnheer Lobbes.
— Heel vriendelijk van U, mijnheer. Uw gezicht komt me bekend voor, maar Uw naam wil me niet in de gedachte komen.
— Joris Jochem I zei de wakkere detective luid.
— Heb ik méér gehoord.
— Oordeelen, samenvatten, enzoovoort, hervatte Joris Jochem, zijn bijl en chloroformflesch toonend. Slechts drie woorden : kantoor, kolenkelder, professor Van Meekeren.
— Heb ik óók gedroomd, riep mijnheer Lobbes verrast. Ga toch zitten, heeren, en vertel me hoe het kan, dat ikU in mijn droom trof. Cora, wil jij niet een glaasje inschenken?
— Mijnheer Van Duren, kondigde Lena aan.
— Gerard, blij je te zien. Hoe staat het met mijn lift? Weet je dat ik onder allerlei verrassingen leef en dat er steeds nieuwe bijkomen?
— Mijnheer Goedertrouw, diende Lena aan.
— U komt als geroepen, mijnheer Goedertrouw. We hebben U noodig. We gaan de fabriek uitbreiden.
— Daar is al mee begonnen, mijnheer, antwoordde de aannemer, op een wenk van Frits Waller. Als U het met den slager op een ac-coordje gooit, kunnen wij voortgaan.
— Van dien slager heb ik óók gedroomd! riep mijnheer Lobbes. Vertel jullie me nou alsjeblieft niets meer, want ik geloof, dat ik helderziende ben geworden. In één uur slapen heb ik méér beleefd dan een ander in tien jaar wakker zijn. Cora, een glas voor mijnheer Goedertrouw.
Achtereenvolgens lieten zich Mr. Van Heesten, Mr. Brilsma, nog een advocaat, vijf deurwaarders, de slager Kooistra, professor Van Meekeren en twee vakvereenigingsbestuurders aandienen. Mijnheer