— Watson, waakl kreet Joris Jochem. De vijand dringt binnen.
— Heilige driehoek, mompelde oom Karei, die er in geslaagd was het album in handen te krijgen, de man met de zware vuist. Joris Jochem, ik heb het wel voorspeld.
— Hé, dat komt prachtig uit I riep Leo, Joris Jochem herkennend, en sprong op hem toe. We hebben nog een kleinigheid te verrekenen.
— Wie bentU, mijnheer? vroeg professor’s kalme, ironische stem.
— Leo Garrels, stamelde de jonge man en aarzelde een oogenblik. Nu naderde Cora hem, stak haar hand door zijn arm en fluisterde
hem iets in.
— EnU, jonge dame, ik geloof dat ikU gisteravond al gezien heb.
— Mijn verloofde, Cora Lobbes, stelde Leo, verlegen, haar voor.
— Kent U den heer, dienU wilt aanvallen? vroeg professor opnieuw.
— Een inbreker en moordenaar 1 antwoordde Leo luid.
— Een detective, antwoordde Cora schuchter. Ik had mijnheer gisteren opgedragen, pa’s vorig ik op te sporen.
— HebtUhem daartoe aangesteld? vroeg professor verrast.
Lobbes had hem verteld dat hij den detective had aangenomen. Het
feit, dat Cora dat nu ook had bedreven, verhoogde nog meer de vroolijkheid van het geval. Vader en dochter Lobbes hadden dus, zonder eikaars medeweten, denzelfden detective opgedragen elkaar na te gaan.
— Ja, professor! antwoordde Cora, bedremmeld.
Ze knikte dankbaar tegen Van Geerst, die haar een stoel toeschoof. Maar zonder te weten......
— Zonder te weten, dat Uw vader hem dezelfde opdracht ten opzichte vanUhad gegeven? voleindde professor haar zin. Nee, dat kón U niet te voren weten.
Nu dit ook tot de assistenten doordrong, vatten ze direct het vroo-
238