— Moordenaar! Moordenaar! gilde ze. Je hebt mijn broer en mijn verloofde gedood I
Deze van angst getuigende kreet wekte den heer Lobbes op uit de bijna cynische apathie, waarin hij gedurende het laatste uur was verzonken. Tijdens Joris Jochem’s afwezigheid had hij slechts een enkel woord met Karei, die nog minder dan hij de toedracht dezer vreemde situatie begreep, gewisseld. Voor Dr. Vogel had hij niets dan grimmige blikken over gehad.
Nu riep hij Cora toe, waarop het meisje naar den kelder snelde. Aan den ingang bleef ze hevig verbaasd staan.
— Wat gebeurt hier? kreet ze, doch viel direct daarop op haar knieën neer naast Leo. De jonge bokser was nog bewusteloos.
— Dood! Dood! jammerde zij. O, vader, wat een ellende hebtU toch veroorzaakt. Hoe hebtU je zóó kunnen veranderen!
Frits Waller kwam bij uit zijn verdooving en keek schaapachtig in het rond.
— Wees maar niet bezorgd, zusje! zei Karei nu hartelijk. Hij is alleen bedwelmd. Wacht maar rustig af, dan komt hij wel weer bij.
— Vader, vroeg hij daarop, wel voor de tiende maal sedert hij op de anthraciet lag, hoe kon het toch inU opkomen, dien gek in ons huis toe te laten?
Cora’s mond opende zich verschrikt en ze kleurde fel. Maar verbazing vervulde haar, toen haar vader antwoordde.
— Inderdaad heb ik dat, gaf de heer Lobbes grommend toe. En ik zal mezelf nooit vergeven, dat ik hem niet zijn weeke hersens insloeg met zijn eigen bijl, toen zijn idioot gezicht zich in mijn kantoor vertoonde.
— Vader, hebtU óók......? stamelde Cora.
— Geen praatjes, viel de fabrikant haar barsch in de rede. Haal als de wind een mes en snij die vervloekte touwen door!
13
193