handeling zou krijgen. Zoo terloops informeerde hij naar den maat-schappelijken welstand van werkbaas Van Giesen en vroeg tot tweemaal toe, met nadruk, of Kooymans’ rheumatiek wellicht óók gesimuleerd kon zijn. In dat geval kon het geen kwaad, ook den boekhouder in observatie te nemen.
— En wat dunktU nu ? vroeg mijnheer Lobbes ten slotte, een beetje driftig. Zijn mijn vrouw, mijn kinderen, mijn vrienden en kennissen nu gek, of betreft het een samenzwering ? Ik heb al onzen bekwaam-sten detective in den arm genomen, maar twee weten méér dan één. Wat mij betreft, kuntU dus met Joris Jochem samenwerken, of van den anderen kant af beginnen, nét zooU wilt. In élk geval zal het wel om mijn duiten gaan, nietwaar?
— Geld kost het U zeker, beaamde de beroemde professor, op
waardigen toon. Maar óók, als u niet terugdeinst voor het vernemen mijner eventueele resultaten......
— Absoluut niet, absoluut niet. Er moét licht komen.
— En indien nu eens blijkt, ik zeg onder voorbehoud, indien
nu blijkt, dat Uw huisgenooten, h’m, ja......
U begrijpt, de wetenschap is onverbiddelijk en moet soms zelfs over zekere gevoeligheden heen stappen.
— Licht, professor, licht en waarheid, daar sta ik op.
— Goed, zei de beroemde man der elfhonderd krankzinnig-verklaringen op kalmen toon, beide zult U hebben. Ik kom dezer dagen, misschien reeds heden, bijU. Laat niet merken datU weet, waarvoor ik kom. En, wat ikU ook moge vragen, doe alsofU het heel gewoon vindt.
Intusschen zou het niet kwaad zijn, datUw vrouw nu en dan een koud voetbad nam. En, een aspirientje in haar melk, nu en dan, kan geen kwaad. Dag mijnheer, tot ziens!
Mijnheer Lobbes bedwong zijn opwelling om al direct naar huis
139