— ’t Is geen man, ze is mijn moeder, antwoordde Gora met trillende stem.
— Dat dacht ik wel, zei Joris Jochem lakoniek en tastte naar zijn sigarettenkoker. Alles gaat uitstekend. Laten we haar hier ergens op een divan leggen en geef U mij dan een stukje watten met verbandgaas voor mijn gewonden vinger.
Ze brachten mevrouw Margie in de huiskamer en Cora verbond daarop Joris Jochem’s duim.
— Waarom haktU dan eigenlijk onze muren stuk? vroeg ze. De buren hebben al vier maal over de herrie geklaagd.
Joris Jochem blies onachtzaam een wolk rook uit, doch zijn goedig-domme oogen schitterden van voldoening.
— Dan heb ik mijn doel bereikt, antwoordde hij geheimzinnig. Ik heb hun aandacht van de hoofdzaak willen afleiden.
Na deze woorden, geheimzinnig en ondoorgrondelijk als zijn ge-heele wezen, gaf hij haar nog één glimlach en vloog toen weer de trap op. Hij stoof de kamer in, maar bleef als ontzet staan. Lena was ontwaakt en stond voor hem, zijn bijl in de hand, gereed hem de hersens in te slaan.
Vlug greep hij naar zijn zakdoek, maar dien had hij beneden laten liggen. Lena stond tusschen hem en den chloroformflesch. Dus, keerde hij zich om, snel als een aap, sprong de kamer uit, sloot de deur af, en stoof den gang door. Hij ging een kleinere zijkamer binnen en trad op een kastdeur toe. Die opentrekken was het werk van een minuut. Dan, klonk er een kreet van triomf uit zijn mond.
Vóór hem lag een groot portretalbum. Hij maakte zich zoo klein mogelijk en trok de deur achter zich dicht. Nu zat hij, ineengedoken, onder de onderste plank, zijn kostbare vondst in zijn armen.
Even rukte een hevige trek aan de bel hem op, uit zijn gevoel van voldoening. Maar dan glimlachte hij. Voor men hem hier gevonden