dronkelap — ’t is — een — schande — een schande____
Eenmaal het woord schande gezegd hebbend, hield hij het aan en herhaalde bij het dozijnen malen alsof hij er een gros of wat van had ingeslagen. Telkens vlocht hij het in een nieuwen volzin die Douwe moest duidelijk maken, hoe laag en vooral hoe schandelijk hij zich had aangesteld. De kussen van Douwe zwollen aan tot een formeele onteering met voorbedachten rade, die zooveel te schandelijker was, wijl ze gepleegd was aan een kind, volgens de vader, te jong en te rein om het diep-schan-delijke er van te beseffen.
Douwe vond zich een lage meisjes-onteerder en hij stond op punt van in tranen los te barsten.
— Ik wil het goed maken Smikkel — geloof me, ik wil alles goed maken, snikte hij. Hein — Hein — je kent me toch langer dan vandaag — je weet toch — dat ik
niet — in staat ben — tot zoo iets — laags — zoo--
zoo____
— Joa — ik doch ’t altaid — ik doch dat ik je kon — moar ik heb me aige in je — bedrouge, smaalde Smikkel.
— Hein — toe Hein....
— Noem me gein Hain meir — of ik noem jou Judas Iscoarïot, dreigde Smikkel somber. Je het ’t recht ver-speild — me sou te noeme — — je bint gein moat meir fan me — — je bint een dief in den nacht.
— Ik zal 't goedmoake....
— Klets — niet fan goedmoake--as ’t einmoal in
de war is, kan d'r niks meir worre goedgemoakt....
— Hein — Smikkel — luister even bedaard naar me —
luister even____ Ik hou echt veel van Mientje — — ik
heb ’r oprecht lief____
— Ik kan je ’t oansien, hoonde Smikkel, moar reiken 136