XX.
DOUWE ALS VERLEIDER.
Dien avond hadden zijn zusters, Douwe niet kunnen bewegen met haar naar vergadering te gaan, hoe gezellig zij hem die ook hadden voorgespiegeld. Een der meest bekende sprekers uit de beweging zou er praten over het nut van verschillende dingen en een tegenstander had Zich aangemeld, het onnut daarvan te bepleiten. Maar hij bleef weigeren en teleurgesteld gingen ze zonder hem, haar schouders ophalend om zijn domheid.
Na theedrinken trok hij zich terug in het zijkamertje, waar zijn bed stond.
— Ik ga een beetje studeeren, zei hij tegen zijn moeder.
Nu zat hij al een paar uur bij een walmend olielampje, maar aan studeeren dacht hij niet. Een socialistisch tijdschrift had hij op zij geschoven toen hij nauwelijks het eerste artikel had ingezien en een vel papier waarop hij aanteekeningen had willen schrijven, was zonder inkt-smetten gebleven.
Langer dan een maand tobde hij al over het begin van een artikeltje dat hij zou willen schrijven, maar het begin ervan bestond nog steeds alleen in zijn gedachten. En het artikeltje ook. Hij had nooit kunnen denken dat het 128