d’r — kuite — gekneipe--hè — hè — ? Heb — je —
dat — waif — wel — betoald — Smikkeltje — joa —? Nou — je — bint — d’r — niks — te — goed — four____
Na het bezoek aan de derde kroeg werd de verhouding amicaler, en een uurtje later liepen ze broederlijk arm in arm. Ze zwierven een keer of wat de heele stad rond en verdronken tot op de laatste cent, al het geld wat Smikkel bij zich had,
In zijn dronkenschap herinnerde deze zich nu menigen avond, in vroeger jaren zoo met Kamphuis doorgebracht en daarom zette hij al meer de gedachte van zich af dat Nelis opzettelijke moordplannen jegens hem zou koesteren. Deze van zijn kant, voelde zich weemoedig worden bij de gedachte aan de onwankelbare trouw van zijn „kallef je” en de besliste zekerheid dat Smikkel's verleidings-plannen schipbreuk hadden geleden. Alleen de verkoop van den leeuw was hem raadselachtiger dan ooit, doch gaandeweg troostte het hem dat hij er nu een gezelligen avond aan te danken had. Over Smikkels aanstaanden dood sprak hij niet meer, om hem zijn ouden dag niet te vergallen. Maar oud, bleef hij hem nog steeds vinden en dat verzekerde hij hem telkens en opnieuw in elke kroeg die zij aandeden.
’tWerd laat, doch zij dachten niet aan naar huis gaan. Innerlijk knaagde het Smikkel, dat hij jegens zijn kameraden niet fair had gehandeld en nog meer, dat ze hem waarschijnlijk jaren lang zouden blijven mijden als een melaatsche. Daarom deed het hem goed, zich weer eens met Kamphuis kameraadschappelijk te kunnen gedragen, al dronk deze dan ook uitsluitend op zijn kosten.
Het was half twaalf toen ze in zijn buurt kwamen. Toen 124