— Is d'r wat mit je goande? vroeg Ko eindelijk.
— Waarom, schele?
— Je doet gein bek oupe — ’t laikt wel dat je ’t schurft in hebt, dat we mit oume Willem meigoane....
— Ik had ook liever niet meegegaan — Ik slaap den laatsten tijd haast geen nacht. Ik zou best twee dagen aaneen kunnen maffen.
— Dan sou je pas echt ’n maffert sain, lachte Ko.
Joop lachte ook — hij mocht Ko nogal lijden. Hij was sterk
doch maakte daar zelden misbruik van jegens jongeren. En dat wilde reeds veel zeggen, docht hem.
De ploeg maakte minder grapjes onder weg dan de in-spectie-ploeg gewoon was. Zij spande geen paarden af en nam ook geen draaiorgels mee op sjouw, zooals al meerdere malen had plaats gevonden.
De-ijzeren-poot marcheerde aan den kop, stapte stevig door en lette op geen ginnegappende uitdagende dienstmeisjes. Daan Kropsla en manke-Gerrii, probeerden een lolletje uit te halen met een ouden politieagent, maar „de poot” kwam er tusschen, met zijn gromstem. Het liefst wilde hij ajle mogelijke conflicten langs den weg vermijden om met spoed het karwei aan te vallen, waar baas Scholte met personeel aan het werk was en daarin werd geassisteerd door zijn collega’s, Plaat, Bosch en Groot. Als hij in de verte twee of meer agenten tezamen bespeurde, gaf hij een consigne, wat direct werd doorgegeven. Aanstonds verbrokkelde de troep dan in troepjes en clubjes, die schijnbaar niets van elkaar wilden weten. Maar, was de politie gepasseerd, dan vormden allen weer spoedig één geheel, dat van een ernstig plan scheen bezield.
Een oogenblik wijzigde Willem van taktiek; dat was toen de troep heel plotseling een onderkruiper in het vizier kreeg.
29