delen. Hoe verlangend Joop er ook naar was, haar verloofd te zien, ook voor eigen gemak, wilde hij toch het liefst de heele staking door, haar zooveel mogelijk voor zich zelf houden. Want, zijn menschenkennis zei hem dat bleue vrijers als Douwe, de lastigsten zijn, zoodra ze vasten voet hebben.
Van Douwe zelf, vernam hij niets over zijn druk geloop bij de Smikkels, hoewel zijn conversatie nog altijd om Mientje bleef draaien. Het was altijd Mientje’s bedeesdheid of Mientje’s algemeene ontwikkeling, of Mientje’s beschaafde lach. Joop verloor er nooit zijn waardigen spot onder en hij bracht menigmaal terloops het voorstel te berde, om weer eens een gezamenlijk bezoek te brengen. Dat verontrustte Douwe dan zoozeer dat hij heel wat welsprekendheid aanwendde teneinde Joop aan zijn verstand te brengen dat men de menschen toch vooral niet moest overloopen en dat hij voor zich er niet aan dacht, zich aan Mientje op te dringen. Hij wou haar zoo graag ruimte van tijd geven, om over hem na te denken, trachtte hij Joop te doen gelooven.
Deze hield zich alsof hij van niets wist.
Einde van het eerste deel.
170