van haar. Als jij niet wilt, blijf je alleen en uitsluitend van mij.
— Dat seg je niet altaid, pruilde ze aanhalerig.
— Nee kindje — maar als ik logisch denk, zie ik weer zoo duidelijk al hetgeen ons voortdurend in den weg zal liggen, als de heele toestand weer normaal is. Mijn vrouw, jouw vader, weet ik wat al niet....
Ze legde haar hand op zijn mond.
— Niet boos doen — Jopie....
— Bèn niet boos!
— 'k Sal alles doen wat je wilt — Ja — is het nou goed ? Als hai nou maar wil, zei ze schalks.
— Hij....!
— Sou je heusch denke?
— Als je je nog tweemaal gedraagt zooals vanmiddag, dan ligt-ie voor eeuwig aan je voeten.
— Dat doe jai niet eins. Moet ik hem nog anmoedige?Zeg jai het maar.
— Waarachtig niet — en geen afspraakjes maken. Wel vragen of-ie nog eens terug komt.
— En wai?
— Kom je van avond bij me thuis?
— Is alles veilig?
— Zonder gevaar. Christien is den heelen dag en avond bij haar zuster. Ze strijkt de wasch en verstelt het goed — dan krijgen wij allebei een warm hapje.
— Bah wat een mispunte....
— Geen kwestie van, zei Joop droog. Haar man is gesalarieerd bestuurder van zijn vakbond en hij kan soms wel drie uur achtereen praten over uitzuigerij.
— Zonder een droge tong te kraige?
— Nou ga ik naar binnen. Nog een zoen?
166