X.
DRONKEN-NELIS VERLIEFD OP HET EERSTE
GEZICHT.
Sinds zijn avontuur met de oude dame in de straat van baas De Loever, was dronken-Nelis een peinzer geworden. Hij dronk er weliswaar geen glaasje minder om, eerder meer, maar de manier waarop hij nu het heerlijk vocht naar den mond bracht, scheelde enorm van de wijze hoe hij dat voorheen had gedaan. Vroeger vatte hij het dunne steeltje van het glaasje lichtelijk tusschen duim en vinger, proefde een drupje, schudde het hoofd en spoelde daarna de rest met een enkelen slok weg. Dan gluurde zijn blik welwillend rond, bereid als hij was, elk aanbod van wien ook, zonder voorbehoud te accepteeren.
Hoe anders was nu zijn houding en gebaar, hoe geheel verschillend van toen dronk hij nu zijn „doktertjes”. Nu nam hij een slokje en zette het glaasje daarna peinzend op de toonbank. In peinzerij verdiept, strekte hij dan zijn hand uit — greep het onaangeroerde glas van een anderen gast en nam daar dan een ferme teug uit. Op zijn vergissing attent gemaakt zuchtte hij dan en roerde met den steel van zijn pijp in eigen glas....
De gedachte aan de oude dame liet hem niet los — haar
141