— Fuil oud sch ....! schreeuwde Louw razend. De pot was op zijn schouder terecht gekomen en had zich daar heel correct omgekeerd. Hij droop van het stinkend vocht en werd helsch.
— God-salme — god-god — salme eiuwig — godgloeiend
— god-godferd____
Hij nam den pot bij het oor en slingerde hem woest naar de bezetting van den comestibleswinkel. Hij mikte te hoog en wierp het projectiel over de hoofden heen tegen een plank met fleschjes en potjes....
Kees-klare-met-suiker en zijn trawanten hadden het spie-gelruitje van een brooddepot ingetrommeld. Op het lawaai was de depothoudster afgekomen, bijgestaan door haar vier dochters, allen even lang — even rood en even leelijk. De oude vrouw droeg een wijde slaapmuts die gedecoreerd was als een merklap en in haar hand hield ze een groot, zwart kruishout.
— Ferdikme — se hebbe jesussie uit s’n bedje gehoald, joelde Kees. Meteen deed-ie een uitval naar den merklap, veroverde dien en zette hem op eigen hoofd. Hij en zijn vrienden hadden nu den grootsten schik. Ze wipten het winkeltje binnen en dansten een two-step op de bloote voeten der leelijke maagden.
— Jesus — moeder Maria ’t is de duifel — ’t is belsebub, kreet de oude vrouw. Eirst had-ie niks op s’n kop — en nou het-ie een eigenste muts op als ik.
— Tra — lala — lalalala — lalalalala! jubelde Bennie, die in den reuk stond, een goed danser te zijn.
— Koatje — meid — hou je hemp fas — pelisie — pe-lisie — —!
Verderop ging het ernstiger toe. Chris Kemper had zich plotseling geplaatst gezien tegenover den vrijer van een
135