Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



hanger schudde het hoofd en gaf geen antwoord, vóór hij zijn glas achter elkaar leeg had gedronken.

De roddeltroep rondom Frans en Wim werd gedurig dichter. Babbelaars raakten onderling in discussie, over de kwestie en werden dan opzij gedrongen door anderen, die direkt contact met de inbrekers zochten. Er kwamen tegenovergestelde meeningen tot uiting en dat leidde zelfs tot twistgesprekken. Er waren er die beweerden dat Frans en Wim wel eens een harden dobber aan den Linke konden hebben en anderen weer, die luidop veronderstelden dat Gerrit onder zijn bed zou kruipen, na den eersten mep.

—    Nu moeten jullie vooral geen kapsies maken als de Linke binnen komt! riep Wim. Dan is de keet meteen vermasserd ook.

Hij werd tureluurs van het wild dooreen gebabbel, om hem heen, en vooral door de eigenwijsheid van sommige schreeuwers, die niets van de zaak afwisten en toch meesmoesden, alsof zij het waren die de kraak moesten zetten.

—    Wat hêt de Linke d’r dan mee te schafte? vroeg een basstem, aan de deur.

Dat was Kleine Dirk, Gerrits meest intieme vriend. Hij wist van de grap niet méér af dan deze. Zoodra de anderen zijn, bekende, stem hoorden, zwegen ze als bij afspraak.

—    Dat gaat jou niks an, antwoordde Schele Ko, die niet goed zwijgen kon, eindelijk.

—    W’rfóór niet? Bin ’k soms een rus?

Dat klonk als een verwijt, als een protest tegen het wantrouwen der anderen. Wel tien stemmen tegelijk spraken tegen, dat één hem daar voor hield. Als ze iémand in de buurt niét voor een stille hielden, dan was het de Kleine wel, erkenden ze. Een ieder wist immers, dat hij altijd éven royaal was met zijn pruimtabak, als hij die toevallig bij zich had.

Intusschen werd in de buurt van Frans en Wim overleg gepleegd. Enkelen waren er voor, Kleinen Dirk toch maar deelgenoot in de grap te maken, op voorwaarde dat hij zwijgen zou tegen den Linke. Maar anderen hadden daar bezwaren tegen, al erkenden ze ook dat hij een toffe jongen was. De Linke en hij waren eenmaal gezworen kameraden. Hein Peut, die met zijn vriend en compagnon, Willem Pootje, tot nog toe zwijgend had zitten drinken, liet nu ook eens zijn stem hooren.

—    Dirk mag ’t nét soo goed wete as de andere! riep hij. Ik sal je straks wel wat in je oor fluistere, Kleine. Hou je maar soolang gedijnst.

Kleine Dirk beloofde geheimhouding en bestelde een klare, voor rekening van den Peut. Toen hij bemerkte dat deze er geen néé op riep, ging hij opgewekt staan babbelen met Manke Dries en Schele Ko, die Hein Smikkel stonden te voeren. Deze toch had zijn frambozenlimonade,

33i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.