„Maar je was toch niet zoo vlug als ik,” zei zijn zwager, terwijl hij hem ondeugend aankeek. „Wat bedoel je?” vroeg deze.
„Wel, ik heb me in dat uur verloofd!!!”
„Wat zeg je!”
Nu stond Dé op en terwijl ze kinderlijk lief naar Mijnheer Tervaart toeging zei ze:
„Mag ik Uw schoonzusje worden?”
En mijnheer Tervaart trok in zijn blijdschap het blozende meiske naar zich toe en gaf haar een hartelijken kus op iedere wang.
„Hé, hé, zwager, dat gaat zóó maar niet,” dolde oom Wim.
„Hij kaïi de zon niet in ’t water zien schijnen,” plaagde mijnheer Tervaart terug. „Heb jij nog geen toestemming van Dé’s voogd, jongen?” „Wat een geniepige kerel,” zei oom Wim kwasi-boos. „Ik ben blij, dat jij baar voogd niet bent.”
Nu kwam Juf binnen en toen ook die met het heugelijke nieuws in kennis was gebracht, zaten er vijf blijde gezichten om de tafel.
„We hebben nog geen thee gehad!” riep Mevrouw eensklaps. „En de heerlijke taart! Waar blijft die!”
„Dat is nu een echte feesttaart geworden,” vond Juf.
Dé stond haastig op en begon thee te schenken en Juf sneed de taart aan die door allen met smaak genuttigd werd.
Casa Bianca 15.
225