Ik weet dan, dat ik misschien heel oud kan worden met de kwaal die ik heb, maar ik weet nu ook, dat ik plotseling kan sterven.
Daarom kindje, schrijf ik je dezen brief.
Blijft hij liggen, tot ik met groot verlof naar Holland kom, des te beter, zoo niet, dan heb ik nu het rustige gevoel, je gezegd te hebben, wat me op het hart ligt.
Dé, kind, je Vader heeft een groote fout begaan. Ik had niet moeten hertrouwen, zeker niet met een vrouw, die zooveel jonger is dan ik.
Als je ouder bent geworden, zal je beter kunnen begrijpen, hoe eenzaam ik me gevoeld heb, na den dood van je onvergetelijk eigen Moedertje.
Jij was nog te jong om me dat gemis minder te doen gevoelen.
En je bent nu nog te jong om te kunnen voelen, hoe je Vader door de jeugd en de schoonheid van die vrouw zóó bekoord kon worden, dat hij de herinnering aan die eene, ware mooie liefde voor zijn eerste vrouw door haar vergat en.... zijn eigen kind.
Het is me de laatste jaren een schrijnend leed geweest, kind, dat ik je van me weg liet gaan. En zóó was ik onder den invloed van die vrouw, dat ik je zelfs geen hartelijke brieven durfde schrijven, wel wetende, dat ik hierdoor haar jalousie zou opwekken.
Lieve Dé, vergeef je Vader zijn zwakheid en
205