zijn huisje terug, waar ze nog een weekje bij hem mochten blijven.
„Zul je ’t niet erg stil krijgen, kind?” vroeg dokter Durieu, terwijl hij zijn meiske onderzoekend aankeek.
„Welneen, Paps,” zei Tine lachend, „Ik heb nog een macht te doen. Om te beginnen, ga ik met Juffrouw Bergsma mijn jurken in orde maken die ik mee terug moet nemen en dan zal ze me al die lekkere kostjes leeren klaarmaken die we gisteren met zooveel smaak verorberd hebben.”
Er kwam een vochtige glans in dokter’s oogen toen hij zijn lieveling over het haar streek.
En zijn gedachten gingen vol dankbaarheid uit, naar de vrouw, die dit wonder tot stand had weten te brengen.
182