227
leven een steviger fond te doen krijgen, zij heeft mij iets gegeven, dat ik tevergeefs zal zoeken als ze hier niet meer is, iets, dat ik lange jaren gemist heb, het gevoel een zuster te hebben, die je in alles begrijpt en steunt. Maar daar komen we ook wel overheen en Jetje moet niet akelig en sentimenteel worden. Laat ik er aan denken, dat het ene raam van Rienstra niet open geschoven kan worden, ik denk dat ik er even een timmerman bij moet hebben. En ik heb mevrouw van Vliet beloofd een piepende deur in te smeren. Goed zo, Jetje, denk jij maar aan het heil van je bewoners, dan zal alles rech kom?”
En Jet, eenmaal zo ver gekomen, sliep in met een tevreden glimlach op de lippen.