226
worden, nu de Co. weg gaat? Reindert wil niet lang verloofd blijven.”
„Reindert? gooi nu niet de schuld alleen op hem, mirakel! jij droomt toch stiekum al lang van een gezellig eigen huisje.”
„Hoe weet je dat?” vroeg Bea verrast.
„Je hebt het me nooit gezegd, maar ik merkte het aan kleinigheden en ik ben zo blij, dat je er voor bent gaan voelen en alle onrust en onevenwichtigheid nu uit je is.”
„Weet je, hoe dat gekomen is? door het samen zijn met jou, door het geregelde huiselijke werk, door jouw rustige invloed. Ik weet haast zeker, dat ik Reindert nooit had leren zien zoals hij is, als ik deze leerschool niet had doorlopen. Jet, ik ben er je dankbaar voor en zover als wij mensen ergens zeker van kunnen zijn, zeg ik je, dat ik er je mijn leven lang dankbaar voor zal blijven en jij de meest geliefde gast in ons huisje zal zijn.”
„Doe niet zo overdreven,” mopperde Jet, maar ze drukte toch even haar hoofd tegen Bea’s hoofd. „En maak je maar geen zorg over je uittreden uit onze firma. Ik zet de zaak op dezelfde voet voort en probeer er alleen nog iemand bij te krijgen. Mevrouw van Vliet blijft me trouw tot in de dood en onze geliefde gleuf hoed denkt nog niet aan huwen.” „Jet?”
„Ja?”
„Fm so happy!”
„Blijf het, je leven lang,” zei Jet hartelijk. „Maar nu ga ik maffen, het is morgen vroeg dag.”
„O, ja, dè grote dag van Rienstra! wat zal het me vreemd zijn, als ik daar niet meer aan hoef te denken.”
„Mij ook,” dacht Jet, maar ze zei het niet. En ofschoon het morgen vroeg dag zou zijn, bleef ze nog lang wakker liggen.
„Het zal me veel harder vallen, dan Béetje ooit hoeft te weten, want ik mag haar dan al geholpen hebben om haar