100
smaak geplaatst en die is misschien heel anders dan de uwe.” „Het is in ieder opzicht zoals ik het graag had willen hebben,” zei hij tevreden.
„Nogal wiedes,” vond Bea, toen Jet vertelde, hoe naar zin de kamer was. „Al die gezellige nieuwe meubeltjes! de vent boft! moet je die echte pensionkamers zien, met trijpe meubels, een palm of clivia en antimacassers op de stoelen. Onze inrichting is eenvoudig, maar artistiek.”
„Dank zij jouw goede smaak,” zei Jet dankbaar, want Bea had met de grootste zorg alles alleen uitgezocht en het was haar daarbij gelukt het budget, dat Jet onverbiddelijk gesteld had, niet te overschrijden.
„Het is toch een lot uit de loterij, dat de van Vliet’s hun eigen inboedel hebben,” vond Jet. „Stel je voor, dat we die grote suite en de kleine kamers nog hadden moeten inrichten!”
„Had best voor mekaar gekomen. We hadden het toch keurig op de lat genomen.”
„Hou op!” rilde Jet. „Stel je voor, dat je het niet terug zou kunnen betalen!”
„Jij bent nog geen echte kamerverhuurster,” lachte Bea. „Ik voel zo langzamerhand de geest over me vaardig worden, en als we de twee kamers die we nog over hebben niet gemeubileerd verhuren, dan laat je mij het maar over en de boel komt voor elkaar.”
Na de lunch arriveerden mevrouw van Vliet en haar zoon. Hun inboedel, die reeds eerder was gekomen, was door de meisjes geplaatst zoals ze dachten dat mevrouw het graag zou willen hebben. Het waren mooie antieke meubels en Bea, die hield van antiek, had genoten van al het mooie, oude, dat zo prachtig uitkwam in de ruime kamers.
Het was alweer Bea, die de auto zag komen, waarin moeder en zoon kwamen. „Jet! Jet! daar zijn ze!” riep ze een beetje gejaagd en ze rekte haar hals uit om te zien, hoe ze er uit zagen, want Jet had een vage beschrijving gegeven