204
„maar je naar je plaats terug brengen, want 't is hier véél te stoffig en te warm voor je.”
Dokter Boomstra, die Koos tot dame had, kwam achter hen aangeloopen.
„Dat is verstandig, Maarten,” prees hij, ,,'t Is hier geen goede atmosfeer voor het meisje en nu ze zoo goed is, willen we niets bederven. We zullen dan ook het schoone feest gaan verlaten.”
„Bê-je al uitgedanse, Maarten?” riep Neel de bad-vrouw, die in de armen van Dirk den vischboer voorbij walste. „Mö-je niet 'n rondje met mijn?”
En mevrouw dokter werd met een hoofsche buiging door Barger aan haar man afgeleverd.
„Zoo, vrouw," zei dokter, „we hebben aan de eer voldaan, nu gaan we huis toe."
„Eer we een nicotine-vergiftiging oploopen," lachte Maarten.
„Ga je ook al mee?” vroeg mevrouw. „Dat wordt je niet licht vergeven! je hebt de gebruikelijke dansen niet afgewerkt.”
„Ze zullen 't me voor dezen eenen keer moeten vergeven,” zei Maarten en hij liep achter hen aan naar de vestiaire, en wikkelde zorgzaam Chita in haar warme jas.
„As dat niks wordt, kenne ze mijn ophange!” Neel de badvrouw die hen had nagekeken, snoof verachtelijk. „Hij koopt zich bot 'n pop op de kast! mot dat de mevrouw van de Plaas worre? De jongen laikent wel mal!”