202
het leek of een reuzenslang zich bewoog door de danszaal.
Barger wist wat het zeggen wilde een polonaise te leiden en hij dirigeerde zijn volgelingen of het marionetten waren.
„Angasjee voor de Poolenaise!" had hij geroepen, voor hij mevrouw dokter vroeg, en toen waren de paren achter hem aan gegaan, tweemaal de geheele zaal door, op de opwekkende marciale muziek die een pianist en een violist te hooren gaven, hiervoor speciaal uit de naburige stad overgekomen en die het klappen van de zweep kenden.
„Splisse!" commandeerde de geweldige, toen alle paren weer aan het beginpunt waren aangekomen en als makke schapen gingen de heeren achter Barger' s zwevende jaspanden aan, de dames achter de bewonderde zwart kanten japon van mevrouw dokter, tot ze elkaar weer ontmoetten.
„Met vier... .rrren!” klonk Bargers's bevel en 't was of een barsche sergeant-majoor z'n recruten drilde.
Arm in arm, vier op een rij, ging het tweemaal de zaal door, waarna ieder z'n eerste partner weer zocht en de schoone polonaise eindigde in een wals.
Maarten ving Chita weer op en zijn arm vast om haar heen, in veel langzamer tempo dan de muziek aangaf, walste hij eenige oogenblikken met haar tusschen de andere paren door.
„En nu wil ik niet langer zelfzuchtig zijn," zei hij,