200
„Kop dicht! gedraag je behoorlijk, knullen!" Meteen was het stil en de voorstelling had verder een kalm en succesvol verloop.
Chita, die naast Maarten zat, keek met belangstelling naar haar buurman, die aan het slot van het tooneelstuk uitbundig in de handen zat te klappen.
Hij voelde haar blikken en zich naar haar toewendend, zei hij:
„Ja, Chita, ik meen het! maar niet in den zin, zooals jij het bedoelt.”
„Wat bedoel ik dan?”
„Ga mee naar het kleine zaaltje hiernaast. Hier moet de boel herschapen worden in danszaal. We zoeken ons vlug een tafeltje uit, want alles stroomt er heen.”
Hij trok haar mee, achter het buffet door, de gang in en zoo waren ze eerder dan de anderen in het kleine zaaltje en namen er plaats aan een tafeltje.
„Nu zal ik je zeggen wat jij dacht, toen je me zoo verwonderd aankeek.”
„Maarten als gedachtenlezer! Je bent toch veelzijdig ontwikkeld!”
„Spot maar, meisje! Toch wed ik met je om wat je wil dat ik precies weet wat je dacht.”
„Laat hooren!”
Je dacht: „hoe kan die Maarten zoo verrukt zijn van dat hopelooze dilettanten-geknoei. Dat kan hij nu toch niet meenen. Dacht je ’t, of niet?” „Inderdaad!"
„Heel begrijpelijk. Maar als ik je nu vertel, dat het