165
„Welja! Hansje wordt bewaakt door een heirleger van pleegmoeders!” lachte Mieke.
Cornelia dacht even na, dan zei ze langzaam:
„Mijn man en ik zouden zoo graag financieel helpen. Dan kon Alfred rustig werken en Nini geheel zelf voor haar kindje zorgen.”
„Doet u het niet, mevrouw,” ried mevrouw Klarenbeek aan. „Het is voor Nini zoo’n heerlijk idee, dat ze haar man hiermee kan helpen. En de lessen zullen heusch niet direct naar haar toe komen vliegen. Eer ze een flink aantal leerlingen heeft is Hansje al over de ergste maanden heen en kan ze haar tijd verdeelen tusschen haar kindje en het werk.”
„Als u en Mieke er zóó over denken, zal ik me er maar rustig bij neerleggen, ’t Is voor ons een groote geruststelling te weten, dat Nini altijd bij u om raad en daad kan komen. Wij hebben, helaas, geen kinderen en we beschouwen het jongere nichtje zoo’n beetje als ons kind.”
„Dus dan is u eigenlijk Hansje’s grootmoeder,” lachte Mieke. „Wel een jeugdige Oma!”
„Geen kwaad idee,” vond Cornelia. „Ik adopteer Hansje dan als ons kleinkind. Beter iets, dan niets.”
Nadat er afgesproken was, wanneer Evert Klarenbeek zou komen en de oude mevrouw van Manen voor de eerste maal zou poseeren, steeg Cornelia, na een hartelijk afscheid, in de mooie auto waarmee ze gekomen was.
Mieke, die haar nakeek, zei zacht in zichzelf:
„Die heeft nu geld genoeg en toch is ze arm. Dat „beter iets dan niets” klonk wel zielig. Wat zou ze rijk zijn met zoo’n fijne mol als Hansje! O, dat er nog menschen zijn, die zeggen: ik wil geen kinderen hebben!”
„Waar sta jij zoo over te peizen, meisje?” vroeg haar moeder.