„Zeg, wat heb jij het hier toch vreselijk genoegelijk,” zei Ans met een zucht, want ze voelde zich altijd zo wonderwel in [Riek’s eenvoudige, maar gezellige kamer. „Ik kom veel liever bij jou, dan ik jou bij mij heb. Moeder heeft al honderdmaal gezegd, dat ik je eens een heel dagje moest inviteren ...”
„Daftig, zag!” spotte Riek. „Ik ben geïnviteerd bij dat meisje Denekamp!”
„Spotster!” verweet Ans haar, maar ze moest toch lachen, want Riek deed haar op komieke wijze na en er was niets hatelijks in dit nadoen. „Neen, maar ik vind het niets gezellig bij ons. Ik weet nooit wat ik met ze doen moet als ik meisjes op bezoek heb. En jij doet er niets bi-zonders voor en het is al genoegelijk als ik gewoon bij je zit.”
„Weet je wat?” deed Riek heel rustig. „Ik zal een cursus oprichten in: „de manier om het je gasten gezellig te maken”, dat zal inslaan!”
„Leer het mij dan maar vast, ik voel zelf wel, dat ik er niet de minste slag van heb.”
„Och, kind, loop rond! Als je je een beetje minder op een voetstuk plaatst en niet denkt, dat meisje zus en meisje zó niet goed genoeg voor jou zijn, dan zul je eens zien hoe genoegelijk het bij je kan zijn en dan zullen ze het allemaal reuze fijn vinden om bij je te komen. Weet je wat? Ik zal het proefkonijn zijn. Ik kom — zeg, mag ik de bruine ridder mee brengen? — ik kom eens een dagje bij je en dan zullen we eens zien of het bij jou niet net zo kan zijn als bij mij. Je zit hier anders maar lekkertjes op een droogje, hè? Dat zou bij jou nou weer niet gebeuren. Maar het is te laat voor een kopje thee en tussentijds schenkt de huize van Dongen niets. Wacht es even, ik heb nog een paar toffees. Wil je?”
Ans was helemaal niet dol op toffees, maar ze durfde het niet te zeggen. Dus nam ze er een en toen ze eendrachtig
126