180 MIES DEMMING.
derwijs,” zei Dolly, kwasi-gewichtig. „Twee van de hier aanwezigen moeten het bruidspaar voorstellen, de rest fungeert voor den stoet van smetteloos reine maagden en jonkers.”
Mies, met een dreiging in haar donkere kijkers, Dolly’s overmoed temperend, zei:
„Ik moet toekijken, dus ik doe niet mee.”
En Dolly, begrijpend, zei:
„Nu, dan moeten de Pier en Grompie er maar aan gelooven.”
En, terwijl ze een ragfijn, tullen kleed over het nog donkere haar van mevrouw Demming spreidde, sprak ze uitnoodigend:
„Geacht bruidspaar, de bakkies binne feur, mag ’k u f’rsoeke.”
Grompie en de Pier, geamuseerd, begaven zich gearmd naar de voorkamer.
En Dolly, den gefingeerden bruidssluier handig opnemend, onderwees:
„Zie je, nu neem je sluier en sleep voorzichtig in je handen, vooral losjes, anders trekt de robe om de beentjes van de bruid en houd ook vooral niet den sleep te hoog, maar ongeveer op deze hoogte. Vooruit, nu jij!”
En terwijl de Pier en Grompie langzaam voortstapten, nam Mies den sleep aan één kant en schaarden Verstraeten en Frans als deftige bruidsjonkers zich achter den stoet.
’t Was waarlijk een fraaie vertooning en toen ze de kamer rond waren geweest, zei Mies opgelucht: „Dank je wels, Dol, nu zal ik ’t zaakje wel klaar spelen.”
„Moet je nog een nieuwe japon hebben voor de gelegenheid?” vroeg Dolly.
„Nou en of! De schatte-Gro.mpie heeft me ge-foven op een jurk van witte charmeuse, gewoon een dot!”
„Is ie al klaar? Toe, laat ’m eens zien?” drong Dolly aan.