230
„Ik vind 't ellendig, dat je niet meegaat," klaagde Sally.
„Hoe komt Amandelchen nu plotseling weer zoo geniepig?"
Norine antwoordde er niet op, maar ze nam haastig afscheid, na hen een „ripping day" toegewenscht te hebben.
Met looden schoenen begon ze aan haar werk. Niet omdat Madame haar geweigerd had mee te gaan, maar wel, omdat er iets gebeurd was, waardoor ze wist zich den toorn van Madame op den hals gehaald te hebben.
Het vrouwelijk personeel had reeds eenigen tijd geklaagd, dat het eten, dat ze kregen, niet goed toebereid, en ontoereikend was en schoon Norine de klachten van het personeel niet altijd geheel voor waar aannam en bij ondervinding wist, dat er dikwijls overdreven werd, had ze zich eenige keeren er van overtuigd, dat het eten inderdaad onverschillig toebereid was, de groenten niet gaar, het vleesch taai en de porties te klein.
Daags te voren had ze het Madame meegedeeld, doch deze had haar toegebeten, dat ze liever moest opletten of het werk goed gedaan werd,
„lek denk, das Personal in uw hois zal nog heel wat anderes gegessen haben, waas?"
Toen had Norine zich verstout te zeggen:
„Ja, Madame, héél wat anders!"
Waarop Madame, in woede ontstoken door den