214
„Was 't druk op Schiphol?" verbrak mevrouw het stilzwijgen.
„Ja, heel druk. En u raadt nooit, wie we er zagen."
Fred was blij, dat z'n moeder de wat pijnlijke stilte zoo keurig had verbroken. Mevrouw raadde verschillende malen verkeerd en Fred, z'n gezicht één en al plaagzucht, zei:
„Een ouden vriend van Mieke!"
„Van Mieke?"
Mevrouw bedacht zich, maar ze kon het niet raden en gaf het op.
„De zilten baar!"
„Ach, Rinus van Scheven? Neen, maar! 't Is vandaag heusch een dag vol toevalligheden. Vaart hij nog altijd?"
„Die Moeder! Wat dacht u, dat hij plotseling een komenijswinkel was gaan opzetten? Natuurlijk vaart ie! Hij heeft zijn derde reis er al opzitten! Een reuze-vent! Hij komt morgenavond aanzwaaien. Hij was altijd nog al een sympathie van vader en u. Hij vroeg trouwens erg naar u beiden."
Meneer Dannenburch boog zich één en al vriendelijkheid naar Norine.
„Wat zal 't zijn, Norientje, een plombière of zoo iets? Je hebt nu je thee toch al op."
Vele telegrafische boodschappen uit verschillende oogen.
„Sally is dol op een cocktail, vader, die hoeft u geen ijselijkheden voor te zetten," zei Fred.