212
zullen zich daar wat opgehouden hebben," veronderstelde mevrouw.
„Misschien cirkelen ze straks boven onze hoofden," lachte Sally, die het gesprek, dat uit beleefdheid voor Norine, in het Duitsch gevoerd werd, gemakkelijk kon volgen.
,,'t Zou wel wat voor Fred zijn," gaf meneer toe. „Maar hij zal wel zoo verstandig zijn, dit te laten, hij weet hoe we tegen vliegen zijn. Er gebeuren nog te veel ongelukken."
„O, Heavens, u is eeuwen ten achter," plonsde Sally er oneerbiedig uit.
Norine gaf haar een trap tegen haar enkel, waarop Sally nijdig riep:
„Ai, zeg! je trapt me!"
Gelukkig zag meneer Dannenburch niets van deze manoeuvre, wel echter z'n vrouw, die een lachje niet kon bedwingen.
„Sally, moeten we niet eens opstappen?" vroeg Norine, haar oogen één smeeking.
Maar Sally deed net of ze niets merkte.
„Nu al?" vroeg ze zoo onschuldig mogelijk.
„We hebben toch heelemaal geen haast. We behoeven pas tegen zes uur bij de van der Meerlen's te
M ff
zijn.
„O, dineert u daar?" vroeg meneer belangstellend.
„Altijd als Norine vrij is. Die twee zijn ook alweer idolaat van haar. En vanavond wordt er gedanst."
Norine keek verbaasd op bij die woorden; ze wist er heelemaal niets van, dat er gedanst zou worden.