Königswusterhausen hooren? Ja? Een moment.” Dan zakte Ze op de divan naast Bea neer, groef haar handen in de kussens. „Schitterend komt het door, hè?” fluisterde ze. En haar voet bewoog gelijkmatig op het rythme van de muziek heen en weer. Toen Bea opstond om weg te gaan, klapte Lous de hand voor haar mond. „O kind, en nu heb je niet eens thee gehad! Erg?” „Welnee, 'k Heb toch Königswusterhausen gehad.”
„Ja, dat is zoo,” beaamde Lous. „Zeg, voor deze muziek vergeet je alles. Eten, drinken, slapen. Zou 't jou ook niet zoo gaan?” „Absoluut,” zei Bea. „En, staat Frederik er ook zoo mild tegenover ?”
Lous spitste haar lippen. „Hum, 'k weet niet. Ik geloof wel, dat hij enthousiaster wordt. Hij zingt tenminste zoo af en toe. En — Zondagavond heb ik zelfs met hem gedanst!”
„Nu, kijk eens aan. De muzikale ontbolstering van Frederik. Voor je 't weet zoekt hij 's nachts om vier uur naar Amerika.” „Best mogelijk,” zei Lous, en terwijl ternauwernood de buitendeur achter Bea was dichtgeklapt, zocht zij al weer — haar gezicht gespannen — naar het station Motala, op een golflengte van 1380 M.
Bea stond op de stoep en had gebeld. Ze torste voor Lous' verjaardag een grooten bos rozen en in haar anderen arm een schemerlampje, dat uit een gemberpot was opgebouwd. Hetzelfde stugge dienstmeisje deed haar open. En een geluid als van dozijnen vechtende en huilende honden en katten woei haar tegemoet.
„Wat is dat?” zei Bea onthutst, maar voor het meisje kon antwoorden, was Lous de hall al binnengekomen.
„O, dank je wel, dank je wel,” zei ze achteloos op Bea's gelukwensch. Ze legde de rozen op de hall-tafel neer naast het lampje. Ze wenkte het meisje weg. Dan greep ze Bea bij beide handen.
155