189
egoïstische lastpost ik ben. Weet, wat je begint, Rob!”
Innig drukte zijn arm de hare.
„Kind, jij weet niet wat het voor mij zal zijn, een eigen huis te hebben. Ik heb er al die tijd zo naar gesnakt. Laat me er niet te lang op wachten. Mijn positie is nu zo, dat we bescheiden, maar zonder zorg kunnen leven en genoeg zullen hebben om Moeder en Clem nog wat bij te staan.”
„Je bent een schat,” zei Ans dankbaar. „Het deed haar zo weldadig aan, dit „Moeder” van hem te horen.
„We gaan bossen bloemen kopen!” jubelde Rob.
Ze kwamen thuis, hun gelukkige gezichten verscholen achter bossen witte chrysanten en seringen.
„Moeder,” zei Rob, ontroerd mevrouw Terhoeve’s hand pakkend. „Mag ik u mijn aanstaande vrouw voorstellen?”
„Nou, Moeder, wat heb ik u gezegd?” triomfeerde Clem en die onbaatzuchtige vreugde van haar zuster deed Ans’ hart goed.
„Boerenkool met worst! ” lachte ze dan, toen de schalen op tafel kwamen.
„Geen verlovingsmaal!”
„Voor mij heerlijker dan caviaar en oesters,” glunderde Rob en hij streelde zacht haar hand.
„Wat is ons leven veranderd sinds jouw komst,” zei Ans stil-gelukkig.
„We hebben juist vastgesteld, hè, Clem, dat een man zóveel gezelligheid aanbrengt.”
„Er bestaat niets beters, dan het huiselijk geluk en wie het in huis niet kan vinden, die vindt het nergens.” Mevrouw Terhoeve’s stem klonk ernstig, maar de ogen, die tijden lang zo stil en droef gestaan hadden blikten nu blij en tevreden.