124
van het eerste moment, waarop ze die gehoord had. „Maar als je het éventjes kunt doen, help me dan.”
„Ik heb tien gulden voor je, meer heb ik absoluut niet,” zei ze en haar stem klonk stroef.
Het deerde hem niet, hij hoorde alleen, dat ze hem tien pop kon lenen.
„Graag dan,” zei hij gretig, „’t Is niet veel, maar die kerel moet er dan voorlopig mee tevreden zijn. Kan ik even met je meegaan om ze te halen? Maak maar een smoes, dat ik een boek van je te leen krijg en geef me de een of andere schone roman mee, dan kun je er tien pop in doen. Is het een banknoot je? Als je .alleen maar zilvergeld hebt, doe het dan maar in een papiertje en frommel het in mijn hand.”
„Hij kent het klappen van de zweep,” dacht Ans bitter. „Lenen en liegen en allemaal of het vanzelf spreekt, of het bij de studie hoort.”
Opgewekt liep hij met haar mee naar huis. Hij lette het niet eens op, dat Ans stil was en weinig inging op zijn vrolijke kout.
„Breng je een gast mee?” vroeg Clem verheugd, toen Ans met Sjoerd naar binnen stapte. „We hebben soep, dat treft, is altijd voor uitbreiding vatbaar! Ik zal even een couvert bijdekken.”
„Neen, Clem,” excuseerde Sjoerd zich. „Een andere keer graag, ik kom nu alleen maar om een boek van Ans te lenen.” En toen Ans het boek gehaald had en het hem overhandigde zei hij met een spottende uitdrukking in zijn ogen: „Ik heb een idee, dat ik me met de inhoud best zal amuseren.”
Ans kreeg, toen ze het overmoedig lachend gezicht zag, even een aanvechting om de tien gulden weer uit het boek te halen, maar ze liet het, omdat ze er niet van hield een belofte te breken.
„Hij zal zich ongetwijfeld met de inhoud amuseren,” dacht ze, toen ze ’s avonds op haar kamertje zat, nadat ze Moeder en Clem gezegd had wat rustig te gaan lezen. „Ik ben er bijna zeker van, dat hij me voor de mal hield en het geld alleen nodig heeft om vanavond wéér te gaan