Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



zat en staarde, het rozenperk in het gras er tegenover-daar was het geweest, dat ze op een Sabbathdag in felle begeerte een grote, geurige, purperen roos afgerukt en weggekaapt had, waarmee ze toen toch niet had durven thuiskomen, die ze eerst had laten verleppen in haar warme hand en daarna weggegooid-dit alles behoorde tot het beeld van de Sabbathmiddag in de zomer. Ook op de feestdagen zochten ze daar hun toevlucht, lange middagen van Rousj-Hasjono en Loofhuttenfeest,-dan hing blauwe damp over het vijvertje en stonden de vochtige bomen roerloos en roodbruin langs de paden. Er toefde om die bank een sfeer van dommelige rust en in zichzelf gekeerd peinzen, van verveling eigenlijk ook, maar van dierbare verveling, die tot de Sabbath behoorde, die iedere week woog en die ze toch niet zou hebben willen missen. Op zondag hing die sfeer er niet, dan speelden er de rumoerige opgedirkte werkmanskinderen, of halfvolwassen jongens zetten er stoeiend gillende meiden na,-en dan was er ook niet dat metalig dreungeluid van de houtzagerij, dat de dingen eigenlijk pas hun echte leven in droomstemming gaf.

Leentje kwam er op zondag maar zelden en even weinig op weekse dagen,-maar het was haar vaste plekje voor zomerse Sab-bath-middagen en daarom hing er die stemming van zoete soezerigheid en dierbare verveling.

Dit Sabbath-gevoel omving haar ook nu onmiddellijk, onbewust had ze, tot beveiliging en vertroosting, daarin haar toevlucht gezocht.

En nu terugdenken en het begin van haar verdoling binnen in zich zoeken! Maar dat begin verloor zich in de wazige verten van haar herinnering. Toch wist ze nog heel goed, hoe ze in de aanvang, de allereerste dagen vooral, het bidden en zingen op school onlijdbaar had gevonden. Toen was het er dus nog niet. De woorden en melodieën van hun godsdienstige liederen zaten te innig verbonden aan hun uiterlijk en hun manieren, aan hun striemende hovaardij, hun kille geringschatting voor haar en de haren,-aan het gelaat van juffrouw De Boer, aan de gevel van 't fijne school, aan de afstotende figuren van juffrouw Koeman en de kweker in de Bloemstraat, dan dat haar gevoel ze daarvan scheiden kon. Haar

220

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.