alsof je 't vroeger al eens had gehuurd! Daar lopen ze altijd in. Gerust. 't Is toch zo'n oude sufkop, dat mens. Ze weet toch van voren niet, dat ze van achteren leeft.'
'Maar dat is bedriegen,' deinsde Leentje verschrikt terug voor het voorstel, 'dat is liegen, dat is bijna stelen, dat is zonde!'
'Zonde is het helemaal niet,' besliste Japie, 'het woord zonde komt hier nu helemaal niet bij te pas, zonde dat is als je op Sjabbes aan vuur komt of als je spek eet of zo,-dat is zonde. Dit is geen zonde en het is niet eens liegen. Want je hebt het immers gelezen. Wat zeg jij, Maup? Als ze zegt "ik wou graag een ander boek, want dit heb ik al gelezen", is dat dan liegen? Ze heeft het immers gelezen.'
Maup, blij dat de grote broer zijn mening vroeg, zijn hulp inriep tegen Leentje stemde toe.
"t Gebeurt zo vaak, dat je een boek meeneemt, en dan kom je thuis en dan merkje datje 't vroeger al eens gelezen hebt. En als je 't dan terugbrengt, krijg je altijd een ander.'
'Maar ik had het vroeger niet gelezen.'
'Dat hoefje haar toch niet aan haar neus te hangen, stommerd! Je zegt gewoon "juffrouw dit boek heb ik al gelezen, mag ik alsjeblieft een ander." Wedden datje 't krijgt ook?' 'Maar dat is toch bedriegen,' hield Leentje vol. 'Dat is niet waar,' zei Japie driftig, 'je liegt er toch niet om. Je spreekt precies de waarheid. Dan moet zij maar niet zo stom zijn om je te geloven!'
'Maar ik durfniet alleen,' stribbelde Leentje zwak, innerlijk al bezweken voor de verleiding.
'Natuurlijk niet,' smaalde de jongen, 'maar ik zal wel met je meegaan en ik zal 't wel vragen ook.'
Zo geschiedde het, en weer gingen ze met hun drieën op weg na 't Joodse school en na 't brood-eten thuis.
Japie was nog overmoediger dan die middag. Er was onverwacht bezoek geweest op 't Joodse school en hij had er geschitterd met zijn knapheid, vooral door de tegenstelling tot de domheid van de meeste anderen.
Hij was, door de vreemde bezoekers, een tweetal heren van elders, waarvan de een oud-Rabbijn, dan ook bovenmate geprezen,
199