nu, ijlhoofdig de ogen opslaand, sterk hellende boven zich zag hangen, als kwamen al de gillende mensen met hun bleek-vertrok-ken gezichten zo van de rand op haar vallen...
En dit was het laatste wat ze zag en hoorde, vóór ze in een hels geweld van roepen en gillen en razend stampen van de uit alle macht stoppende boot in het duistere water tussen de pijlers naar beneden gestoten werd.
De kleine Lea werd nimmer groot.
175