Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



bloembedden gingen, deftig pratend, fier naar buiten kijkend, terwijl de zon langzaam-aan daalde en een koel windvlaagje de zoete reuk van rozen en jasmijnen over de hoofden heen naar alle verten uiteendreef. Soms rook Lea er eau-de-cologne tussen. Als ze er zelf niet vrij in mocht komen, zoals alle andere dagen, leek het park haar ineens veel weelderiger, voornamer en begeerlijker toe, - en ze merkte door het hek allerlei kleinigheden op, die haar tot dusver waren ontgaan, maar vond daarom dat gedwongen buitenstaan juist prettig. Lang blijven kon ze niet, want ze zorgde steeds op tijd in huis te zijn en nam dan graag als laatste zondagsgeneugt een omweg door de deftige buurten, om het vredig avondlicht te zien neerzinken over de grote huizen en hun bloeiende tuinen, met de blanke stroom op de achtergrond...

De Sabbathvreugde was een vreugde binnenshuis en daar hoorde dus de winter bij. Moeder was dat met de kleine Lea eens: er ging in het leven niets boven een lange winterse vrijdagavond, bij lamp en warme kachel, moeders gezicht straalde, als ze alleen maar dacht aan de Sabbathdagen in haar eigen jeugd. Voor Lea was nu eenmaal van al die dingen het begin het prettigst en dan verder de herinnering als ze voorbij waren,-zolang ze duurden was het als werden ze doorzichtig en ijl, uiteenzijgend in ongrijpbare momenten,-als heel klein meisje had ze eens gehoord dat misten eigenlijk tot op de aarde neergezegen wolken waren en opgemerkt, datje van een wolk, waar je midden in zat, niet meer waarnam, dat het een wolk was,-vaak midden op een Sabbathdag, voor het raam staande, had zede herinnering aan de mistige dag, toen haar dat was verteld, juist zoals ze het beeld van de vioolstemmende meester voor zich kreeg op het bruggetje, waar ze haar werelden overschouwde, en elk een eigene ontroering op haar afzond.

Maar het begin was altijd elke week opnieuw, en vooral in de winter, zuivere verrukking. In school was dan, voor het invallend duister, het leren gestaakt en de meester vertelde; achter de beslagen ramen konden de kinderen elkaar en de meester nauwelijks nog zien, ze zaten zo stil en roerden niet, om de meester vooral niet te storen, buiten vroor het of de hemel was donker en er viel sneeuw,-

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.